Tips voor dierenfotografie

Naast de technische aspecten die helpen om betere dierenfoto’s te maken is het bij dierenfotografie erg belangrijk om op het onverwachtse voorbereid te zijn! Hoe kan dat zal jij je afvragen, want dat kan toch niet? Ja en nee, is het antwoord. Natuurlijk kan je nooit letterlijk het onverwachtse voorzien. Wel kan je vooraf nadenken over wat te doen in welke omstandigheden. Nadenken welke instellingen je zou willen gebruiken, welke sluitertijd voor welk soort dier en actie, welke positie zou jij willen innemen als er bijvoorbeeld een vos jouw pad kruist? Daarnaast dien jij je af te vragen of de meest ideale positie haalbaar is. In dit artikel neemt wildlife fotograaf Donald Ikkersheim je mee langs deze punten.

Inhoud van dit artikel:
1. Kennis van dierengedrag
2. Waar voldoet een goede dierenfoto aan?
3. Wat zijn de beste camera instellingen voor dierenfotografie
4. Dieren fotograferen vanuit verschillende programmastanden
5. Dierenfoto’s over- of onderbelichten
6. Scherpstellen bij dierenfotografie
7. Breng alle dierenfotografie tips in de praktijk

Kennis van dierengedrag

Misschien wel een van de meest onderschatte dierenfotografie tips is kennis van dierengedrag. Kennis van dieren en hun gedrag, geduld en geluk zijn niet uit te vlakken elementen die zullen bijdragen tot bijzondere foto’s. Hoe meer je weet van een specifieke diersoort, hoe waarschijnlijker het is dat je een redelijk goed idee hebt waar deze te vinden is, hoe deze zich zal gedragen ook in relatie tot hun soortgenoten, wat hun kritische vluchtafstand is, welke kant zij vermoedelijk op zullen bewegen etc..

Daarnaast adviseer ik om regelmatig een testfoto te maken, die kritisch te bekijken en indien nodig de instellingen aan te passen. Het licht kan veranderen door het tijdstip van de dag, doordat er wolken komen of juist omdat de zon doorbreekt. Zijn er veel bomen en is het warm weer? Dan is er een grote kans dat de dieren in de schaduw van een boom te vinden zijn. Dat is kennis van diergedrag en op basis van de omstandigheden zul je de camera-instellingen moeten aanpassen.

Waar voldoet een goede dierenfoto aan?

Hierbij een aantal aandachtspunten om op te letten bij het maken van dierenfoto’s. Uiteraard valt er over smaak niet te twisten en het belangrijkste is natuurlijk wat jij het mooist vindt. Wijk dus gerust af van de onderstaande uitgangspunten:

  • Zorg ervoor dat de ogen van het dier altijd scherp op de foto staan.
  • Fotografeer bij voorkeur niet recht van voren, een hoek van circa 45 graden geeft een prachtig beeld.
  • Een deel van een dier (bijvoorbeeld de kop) kan net zo mooi en sprekend zijn om te fotograferen als het hele dier in stand.
  • Let op de houding van het dier zodat deze er mooi en attent bij staat.
  • Soms is een deel van een dier zo kenmerkend dat iedereen direct weet welk dier jij hebt gefotografeerd.
  • Kies voor ieder dier en beweging de juiste sluitertijd, voor een olifant heb je een minder snelle sluitertijd nodig dan voor een vliegende vogel.
  • Dieren in beweging fotograferen, zoals rennen en vliegen, vraagt om een andere techniek, namelijk panning. Het is belangrijk om dit te oefenen, want het is niet de makkelijkste techniek. Begin bijvoorbeeld met een fietser of rijdende auto. Het is niet erg als je daarbij een wazige achtergrond krijgt. Dit kan juist mooi zijn en kan verkregen worden door een iets langzamere sluitertijd te kiezen, zoals 1/50e. Zorg er wel voor dat de kop en ogen scherp zijn.
  • Fotografeer bij voorkeur een dier in het licht en niet in de schaduw.
  • Heb geduld en blijf het dier door de camera observeren. Je wilt niet dat ene moment missen.
  • Zorg ervoor dat je genoeg accu’s en geheugenkaarten bij je hebt.
  • Verken het soort terrein en pas de objectieven die je meeneemt daarop aan.
beste dierenfotografie tips
De huid zorgt ervoor dat het dier herkenbaar is.
Foto: Donald Ikkersheim

Breng alle dierenfotografie tips in de praktijk

Kan jij ook niet wachten om alles in de praktijk toe te passen? Volg bij ons een workshop in de Amsterdamse waterleidingduinen, Oostvaardersplassen, of kom in het najaar met de hertenbronst. Onder begeleiding van een doorgewinterde wildlife fotograaf leer jij de fijne kneepjes van dierenfotografie en kom je ook veel te weten over dierengedrag. Is dierenfotografie echt helemaal jouw ding? Onze fotoreis naar Zuid-Afrika is dan de ultieme gelegenheid om je helemaal uit te leven. Dit gaat echt een onvergetelijke ervaring worden. 

Wat zijn de beste camera-instellingen voor dierfotografie?

Hoe zorg je voor een goed belichte dierenfoto? De belichting van de foto stel je in met het diafragma, de sluitertijd en de ISO-waarde. Niets is statisch en de omstandigheden wisselen, de waarden zullen per foto verschillen, de intensiteit van het (zon)licht varieert en het maakt ook een enorm verschil of het dier in de zon staat of onder een boom in de schaduw. Zeker op bewolkte dagen zal er niet veel licht vallen op de dieren, als je daarna de camera op de lucht richt om een vogel te fotograferen, dan is er opeens (te) veel licht.

Er niet één gouden combinatie van instellingen, het hangt echt van de omstandigheden af. Daarom heeft het ook weinig nut om instellingen die bij een foto staan zomaar over te nemen. Om die reden richt ik mij liever op een manier van fotograferen die ervoor zorgt dat je de instellingen en mogelijkheden van je camera echt leert te begrijpen. Dat is de manier om een goed belichte foto te maken in iedere situatie.

Welke sluitertijd gebruik je bij dierenfotografie? 

Afhankelijk van het type fotografie is de ene instelling belangrijker dan de andere. Doordat dieren vaak bewegelijker zijn, is het bij dierenfotografie belangrijk controle te hebben over de sluitertijd. Hiermee bepaal je hoe snel de foto gemaakt wordt en heb je de mogelijkheid bewegende onderwerpen te vast te leggen, te “bevriezen”. Dan komen de dieren, ondanks dat ze in beweging zijn, toch scherp op de foto. Dat is het type dierenfoto waar we meestal voor kiezen. Voor dieren die niet snel bewegen kun je 1/500e als uitgangspunt gebruiken. Is het dier niet helemaal scherp? Maak de sluitertijd dan sneller. Voor hele snelle dieren heb je vaak een sluitertijd nodig die sneller is dan 1/1000e.

Het is ook erg leuk om dieren in beweging te fotograferen. Je kiest dan een langzamere sluitertijd, waardoor je een wazig/streperige achtergrond krijgt. Gebruik 1/50e als uitgangspunt.

tips dierenfotografie bewegende dieren panning
Foto: Donald Ikkersheim

Welk diafragma gebruik je bij dierenfotografie? 

Bij dierenfoto’s is het absoluut noodzakelijk dat het dier (de ogen) scherp op de foto staat en bij voorkeur de achtergrond (een beetje) onscherp is, daardoor komt jouw onderwerp los van de achtergrond te staan.

We spreken dan over een kleine scherptediepte, een klein gebied in de foto ziet er scherp uit. Dit effect bereik je met dierenfotografie al vrij snel. Bij dierenfotografie gebruik je meestal een flinke zoomlens. Hoe hoger (groter getal) de brandpuntsafstand is (dus hoe verder je inzoomt), hoe kleiner de scherptediepte wordt. Scherptediepte kun je ook beïnvloeden met het diafragma. Een groot diafragma (laag F-getal van bijvoorbeeld f/2.8) geeft een kleine scherptediepte. Een klein diafragma (hoog F-getal van bijvoorbeeld f/18) geeft een grotere scherptediepte.

Stel, je maakt een foto op 300mm en f/4. Je kunt met deze instellingen een kleine scherptediepte verwachten. Met 300mm en f/14 is de scherptediepte iets groter, maar doordat je zo ver ingezoomd bent zal je merken dat de scherptediepte nog steeds niet enorm groot is. Dat is een kenmerk van teleobjectieven. Daarom is het zo belangrijk dat je goed scherpstelt op de ogen.

fotografietips dierenfotografie scherpstellen
Foto: Donald Ikkersheim

Welke ISO-waarde gebruik je bij dierenfotografie?

Over de ISO-waarde wordt veel gesproken in de fotografie. De voornaamste reden hiervoor is dat je beeldruis krijgt bij een hoge ISO-waarde. Hoe lager de ISO-waarde hoe minder kans op ruis. Bij de meeste camera’s is ISO 100 de laagste waarde. Toch zullen er genoeg situaties zijn waarbij de ISO-waarde omhoog moet.

Stel, je fotografeert rennende herten op een zwaarbewolkte dag. Er is relatief weinig licht en je hebt een sluitertijd van 1/800e nodig om de herten scherp te krijgen. Doe je dit in combinatie met ISO 100? De kans is heel groot dat je foto’s onderbelicht raken. Er is dus te weinig licht aanwezig waardoor de camera in zo’n korte tijd onvoldoende licht op de sensor krijgt. Als je diafragma al helemaal openstaat, kun je niet anders dan de ISO-waarde verhogen. Doe dit dan ook want anders krijg je onderbelichte foto’s of als jij kiest voor een tragere sluitertijd onscherpe dieren. Mijn uitgangspunt is beter een foto met ruis dan een onscherpe foto!

Vanuit welke camera modus maak je dierenfoto’s?

De sluitertijd is dus belangrijk. Je kunt dit instellen vanuit de sluitertijd voorkeuze (S-stand, bij Canon de Tv-stand) en vanuit de manuele stand (M-stand). Welke modus je gebruikt maakt eigenlijk helemaal niet zoveel uit, tenzij je per se met een specifiek diafragma wilt fotograferen. 

Zoals je al hebt kunnen lezen houden we de ISO-waarde het liefst zo laag mogelijk. Daarom kies je bij dierenfotografie vaak voor een zo groot mogelijk diafragma. Je probeert dan zoveel mogelijk licht in de camera te krijgen. Dan heb je meestal voldoende licht waardoor je een snelle sluitertijd kan kiezen en de ISO-waarde laag houden.

Het is onvoorspelbaar welke dieren op welk moment verschijnen, zo was ik recent op pad in de hoop wolven te fotograferen en opeens verscheen er een vos. Soms fotografeer je een vogel in de vlucht, het volgende moment een zandhagedis die zich niet verroerd. Je kunt de hele dag fotograferen met een hele snelle sluitertijd, zodat zowel bewegende als stilstaande dieren scherp op de foto komen, maar dat zal regelmatig leiden tot onnodig hoge ISO-waarden. Pas de sluitertijd dus aan op basis van de snelheid van het dier. Hierbij speelt de afstand natuurlijk ook een rol.

Dierenfotografie vanuit de sluitertijd voorkeuzestand 

Dit is de makkelijkste manier om goede dierenfoto’s te maken zonder teveel met de instellingen bezig te zijn.

Modus: S-stand (Tv-stand bij Canon) 
Sluitertijd: 1/500 (of sneller)
ISO: Automatisch
Diafragma: Kiest de camera 

Met deze instellingen hoef jij alleen de sluitertijd aan te passen op basis van hoe bewegelijk de dieren zijn. Bij een hele snelle sluitertijd of weinig licht zal de camera in eerste instantie het diafragma verder openen. Kan het diafragma niet verder open? Dan pas zal de ISO-waarde stap voor stap verhoogd worden.

Tips voor vossenfotografie
Foto: Donald Ikkersheim

Dierenfotografie vanuit de manuele stand

Stel jij vanuit de manuele stand de sluitertijd, het diafragma én de ISO-waarde in? Dat kan goed werken voor dat ene moment, maar de combinatie werkt niet meer als je de camera op een dier richt dat minder goed in het (zon)licht staat. Je moet dus altijd één of meerdere instellingen aanpassen voor de volgende foto. Dat kost tijd en daardoor kun je belangrijke momenten missen. De manuele stand kan handig zijn als je per se een iets grotere scherptediepte wilt hebben in combinatie met een specifieke sluitertijd. Het advies daarbij is om de ISO-waarde automatisch in te stellen. Je kunt dit natuurlijk ook handmatig aanpassen per foto, maar dit is iets wat de camera volledig automatisch kan. Goed om te weten, de camera zal nooit onnodig een hoge ISO-waarde instellen. Dit doet de camera alleen als de combinatie van sluitertijd en diafragma te weinig licht in de camera oplevert waardoor een foto onderbelicht dreigt te worden.

Modus: M-stand
Sluitertijd: 1/500 (of sneller)
ISO: Automatisch
Diafragma: Op basis van de gewenste scherptediepte 

Dierenfoto’s over- of onderbelichten

Liever wil je niet onder- of overbelichten en direct de goede belichting hebben, zo werkt het vaak niet. Door de positie waar jij staat, door de weersomstandigheden en de tijd van de dag zijn niet alle omstandigheden even gunstig. Heb je last van tegenlicht, weinig licht, veel contrast, of juist helemaal andersom. De oplossing kan dan zijn om over- of onderbelichten.

Door gebruik te maken van de belichtingscompensatie functie (+/- knop) van de camera kan je de belichting en dus het resultaat aanpassen. Deze knop werkt alleen als je vanuit de sluitertijd (of diafragma) voorkeuze fotografeert. Als je vanuit de manuele stand fotografeert moet je de belichtingsmeter zelf in de min of plus zetten door het aanpassen van je diafragma of ISO-waarde.

Scherpstellen bij dierenfotografie

Bij het scherpstellen zijn er over het algemeen twee instellingen om rekening mee te houden. Enerzijds het aantal autofocuspunten, anderzijds de autofocusmethode. Handmatig scherpstellen kost vaak te veel tijd dus gebruik de goede autofocus die de meeste camera’s tegenwoordig hebben.

Hoeveel autofocuspunten gebruik je bij dierenfotografie?

Hier kunnen we kort over zijn. De meeste controle heb je met één autofocuspunt. Plaats het autofocuspunt op de kop van het dier en als het lukt op het oog. Dit is bij rennende dieren vrij lastig, maar oefening baart kunst! Ik plaats meestal het enkele autofocuspunt in het midden van het beeld dat voorkomt soms dat een deel van het dier niet op de foto komt te staan. Achteraf kun je altijd nog de gewenste uitsnede maken en dus de compositie aanpassen.

Ik kies er meestal voor om te werken met één autofocuspunt behalve bij (snel) vliegende vogels. In dat geval kies ik voor meerdere autofocuspunten wat het makkelijker maakt om de relatief kleine vogel die je volgt scherp te krijgen. Vogels hebben vrijwel altijd een groot contrast met de lucht waardoor de camera met meerdere autofocuspunten uiteindelijk wel het juiste punt weet te activeren.

Welke autofocusmethode gebruik je bij dierenfotografie? 

Vrijwel iedere camera heeft een enkelvoudige autofocusmethode (AF-S, bij Canon ONE SHOT) en een continue autofocusmethode (AF-C, bij Canon AI Servo). Als dieren in beweging zijn wisselt de afstand tussen de camera en de plek waar jij staat continu. Om die reden is het bij bewegende onderwerpen aan te raden de continue autofocus in te stellen. Zolang jij de ontspanknop half ingedrukt houdt, zorgt de camera ervoor dat de juiste scherpstelafstand ingesteld wordt.

Steeds meer camera’s krijgen focus tracking waardoor na het scherpstellen het onderwerp automatisch gevolgd wordt. Je ziet het autofocuspunt dan met het dier meebewegen. Sommige camera’s hebben zelfs eye-tracking focus, waarbij het autofocuspunt op het oog van het dier (of mens) gericht blijft. In de nieuwste camera’s werkt dit verbazingwekkend goed. Heeft jouw camera deze functie? Probeer het uit en experimenteer of het naar wens werkt.

Dierenfotografie en beeldstabilisatie 

Dierenfotografie doe je vaak vanuit de hand, omdat je dan het meest flexibel bent. Het is dan makkelijker om de bewegende dieren te volgen. Heeft jouw objectief (of camerabody) beeldstabilisatie? Zet deze functie aan, het kan voor scherpere foto’s zorgen.

De ervaring leert dat veel oefenen erg belangrijk is, want op het moment dat jij de gewenste actiefoto wilt maken ben jij veel van deze tips vergeten. Oefen dus veel totdat de juiste instellingen een tweede natuur zijn geworden. Bij alle fotografen gaat het ook dan af en toe gewoon mis.

0 responses on "Tips voor dierenfotografie"

Laat een bericht na

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

OVER ONS

De Rooij Fotografie is het kenniscentrum voor fotografie en fotobewerking in Nederland. Sinds 2011 worden er cursussen gegeven aan ruim 4000 fotografie liefhebbers per jaar. Lees verder…

Klantenservice
Veelgestelde vragen
Contactgegevens
Adverteren
Algemene voorwaarden
Privacybeleid

SOCIAL MEDIA

MELD JE GRATIS AAN VOOR FOTOGRAFIE TIPS (2x MAAND)

top
© COPYRIGHT 2011 - 2020 DE ROOIJ FOTOGRAFIE