Imperfectie is in dit geval een andere naam voor een technische “fout”. Wie de basis van fotografie kent, weet dat er drie beïnvloedbare factoren zijn: sluitertijd, ISO (licht) en de F-stop. Voor deze blog voegen we daar een vierde factor aan toe: scherpte en onscherpte.
Door deze factoren te beïnvloeden krijgen we een technisch correcte foto. In deze blog onderzoeken we het tegenovergestelde: hoe kunnen we door deze factoren bewust te manipuleren abstracte fotografie creëren? Het leuke aan het gebruikmaken van imperfecties is dat we verrast worden door de foto’s die we maken. Een onscherp gefotografeerd subject kan bijvoorbeeld ineens iets totaal anders worden, soms bijna grafisch.


Een lage sluitertijd creëert beweging; hiermee wordt het mogelijk om er op meerdere manieren mee te spelen. Denk aan de camera bewegen of het subject laten bewegen. Door beweging toe te voegen kunnen we een foto compleet vervagen en een nieuw abstract beeld creëren.
Dit zijn enkele voorbeelden van het gebruiken van “imperfecties” om abstracte beelden te creëren. In deze blog ontdekken we meer over het volgende:
Inhoud van dit artikel:
1. Overbelichting en onderbelichting
2. Lange sluitertijd
3. Onscherpte
4. Conclusie (+ extra tips!)
Overbelichting en onderbelichting
Fotografie is licht, dus laten we daar beginnen. Een technische “fout” die we vaak maken in het begin, is het over- of onderbelichten van een foto. Maar dit kan ook intentioneel zijn: denk aan een foto bewust onderbelichten, waardoor alleen het meest belichte deel naar voren komt. Of door te overbelichten, waardoor kleuren zachter en pastel worden.
Onderbelichting
Als we een zwart-witfoto onderbelichten, voegen we als het ware meer zwart toe aan de foto. Schaduwen worden donkerder of zelfs volledig zwart. Hiermee kunnen we interessante composities creëren of een foto compleet van sfeer laten veranderen. Denk aan een mystieke sfeer zoals in films, of juist een intieme sfeer door weinig licht te gebruiken—zoals kaarslicht.
Kleurfotografie
Het nadeel is dat details in de schaduw verdwijnen. De schaduw wordt erg donker. Dit kan een nadeel zijn, maar ook een bewuste keuze. In kleurenfotografie kunnen er ongewenste kleuren in de schaduw ontstaan, zoals groene of magenta tinten. De kleuren worden minder gesatureerd, maar met de juiste nabewerking kan dit een unieke look creëren.
Overbelichting
Overbelichten kan voor een interessant beeld zorgen. Wel moeten we rekening houden met verlies van details en kleurinformatie. De textuur wordt egaler; de foto wordt vlakker en zachter.
In kleurenfotografie is het eindresultaat lastiger te beheersen dan in zwart-wit. Bij een overbelichte zwart-witfoto komen de witte en lichtgrijze tinten naar voren. Het beeld wordt minimalistisch doordat vrijwel alle highlights naar wit trekken. Hierdoor blijven alleen de donkere details over.

Lange sluitertijd
Iedereen kent het probleem: het wordt donkerder buiten en de sluitertijd moet omlaag. Je hebt geen statief mee en het wordt steeds moeilijker om zonder bewegingsonscherpte te fotograferen. Wat we vaak als fout zien, kunnen we ook intentioneel gebruiken.
Door de sluitertijd bewust te gebruiken, kunnen we een totaal andere wereld creëren dan de wereld die we met het oog zien. Een vervaagde, abstracte wereld die alleen zichtbaar wordt door de lens.
Er zijn verschillende sluitertijden mogelijk: van bijvoorbeeld een 1/30e seconde tot 5 seconden of zelfs Bulb-modus. In Bulb-modus blijft de sluiter open zolang je de ontspanknop ingedrukt houdt. Elke tijdsduur levert een ander resultaat op.
Een 1/30e seconde kan subtiele beweging creëren. Hoe langer de sluitertijd, hoe meer beweging.
Bulb-modus kan interessant zijn: denk aan een camera op statief waarbij het subject beweegt tot het niet meer herkenbaar is, maar een abstractie achterlaat.
Beweging kan op twee manieren worden toegevoegd:
• door de camera te bewegen
• door het subject te laten bewegen
Camera bewegen
De camera bewegen is bijzonder interessant. Door omhoog, omlaag, links of rechts te bewegen, geven we richting aan de beweging. Uit de hand ontstaat een organische beweging, terwijl een statief bijna perfecte rechte bewegingen kan geven.
Subject bewegen
Als we alleen beweging in het subject willen, is een statief noodzakelijk (tip: het kan uit de hand; door de camerariem strak omlaag te trekken stabiliseer je de camera). De achtergrond blijft dan scherp terwijl het subject beweegt.
Denk aan een waterval: het water wordt zacht weergegeven terwijl de omgeving scherp blijft. Of aan een strandfoto: je zet de camera op een statief en laat iemand voorbijrennen. Het resultaat is een vervaagd silhouet met een scherpe achtergrond.
Zoals in het voorbeeld van een vallend blaadje hiernaast.
Onscherpte
Tegenwoordig gebruiken we bijna allemaal autofocus en zijn lenzen extreem scherp. Vroeger waren lenzen minder perfect en moest men handmatig scherpstellen. Hierdoor ontstonden vaker onscherpe beelden.
Moderne autofocus en glas zijn zo goed geworden dat in de filmindustrie soms juist oude lenzen worden gebruikt voor een unieke, zachte look. Deze zachtheid kunnen we tegenwoordig ook creëren via bewerking of filters, zoals een Black Pro-Mist-effect in Photoshop.
Photoshop-voorbeeld:
Duplicate layer → Filter → Blur → Gaussian Blur (12) → Opacity 30% → Blend mode: Lighten
Dit is een subtiele toevoeging aan het beeld.
We kunnen ook een veel groter effect creëren door handmatig onscherp te fotograferen, bijvoorbeeld door op iets anders te focussen dan op het subject. Zo vervaagt het hele beeld, alsof je door een beslagen raam naar het subject kijkt.
Conclusie
Door gebruik te maken van “technische fouten” kunnen we nieuwe beelden maken.
Tips
• ND-filter: Gebruik een 10-stop ND-filter om ook bij zonnig weer een lange sluitertijd te kunnen gebruiken.
• Black Pro-Mist filter: Voegt een zachte gloed toe.
• Zachte gloed via Photoshop: Duplicate layer → Filter → Blur → Gaussian Blur (12) → Opacity 30% → Blend mode: Lighten

